Waarom het terugvalt
Een groot opruimweekend levert een leeg aanrecht en een volle kliko. Twee weken later ligt alles terug, omdat de oorzaak niet is aangepakt: spullen hebben geen vaste plek, of er zijn meer spullen dan plekken. Opruimen is het gevolg van die twee problemen oplossen, niet het middel.
Vaste plekken
Alles wat regelmatig gebruikt wordt, heeft een plek die dichtbij het gebruik ligt en zonder moeite te bereiken is. Sleutels bij de deur, in een bak, niet op een haakje dat een handeling extra vraagt. Post op een plek waar hij verwerkt wordt, niet op de trap. Een voorwerp zonder plek blijft rondzwerven totdat het er een krijgt.
Een grens per categorie
De hoeveelheid van iets wordt begrensd door de ruimte die ervoor is, niet andersom. Een plank voor kookboeken; is de plank vol, dan gaat er een uit voordat er een bij komt. Een la voor T-shirts, een haak per jas. Die grens haalt de beslissing uit het moment van kopen en legt hem bij de ruimte.
De ronde van tien minuten
| Wanneer | Wat |
|---|---|
| Voor het slapen | Woonkamer en keuken terug naar de basis: kussens, aanrecht, tafel leeg |
| Bij het weggaan | Bed opmaken, slaapkamer terug naar de basis |
| Wekelijks | Een plek die is volgelopen: een la, een plank, de gang |
| Per seizoen | Een categorie in zijn geheel: kleding, boeken, keukengerei |
De doos bij de deur
Een doos of tas op een vaste plek voor wat het huis uit gaat: kringloop, terugbrengen, weggeven. Vol is wegbrengen. Zonder die doos blijft weg te doen spul in het huis rondzwerven met een schuldgevoel eraan.
Wat niet werkt
- Opbergmanden kopen voordat er is opgeruimd. Manden bewaren rommel, ze lossen niets op.
- Een systeem dat meer dan een handeling vraagt. Een deksel op een bak is al te veel voor dagelijks gebruik.
- Opruimen voor anderen. Een plek werkt alleen voor de persoon die hem gebruikt.