Het idee
Een basisgarderobe bestaat uit stukken die onderling combineren. Iedere broek past bij iedere trui, iedere jas over ieder overhemd. Dat lukt alleen met een beperkt kleurpalet en een consequente snit. Dertig stukken die alle onderling passen geven honderden combinaties; honderd stukken die dat niet doen geven een paar vaste sets.
Het palet
Twee basiskleuren voor broeken, jassen en schoenen (bijvoorbeeld marineblauw en camel, of zwart en grijs), twee of drie lichte tinten voor overhemden en truien, en een of twee accentkleuren die in kleine stukken terugkomen. Warm of koel kiezen, niet beide: camel en marine gaan samen, camel en zwart moeizaam.
De stukken
| Categorie | Aantal | Waar op te letten |
|---|---|---|
| Broeken | 4 tot 5 | Twee nette, twee informele, een spijkerbroek in donkere wassing |
| Bovenstukken | 8 tot 10 | Overhemden, T-shirts en truien in het lichte palet |
| Laag erover | 3 tot 4 | Colbert of blazer, vest, overshirt, een gebreid stuk |
| Jassen | 2 tot 3 | Een lange voor de winter, een korte voor de tussenseizoenen, een regenjas |
| Schoenen | 4 tot 5 | Nette leren schoen, laars, sneaker, iets voor de zomer |
| Accessoires | naar wens | Riem in de kleur van de schoen, sjaal in een accentkleur |
Waar het geld naartoe gaat
Naar de stukken die het meest gedragen worden en het langst mee moeten: jassen, schoenen en een goede broek. Een T-shirt van een middenmerk en een T-shirt van een luxemerk verschillen weinig; een jas van goede wol en een jas van polyester verschillen tien winters.
Opbouwen
Niet alles tegelijk kopen. Eerst de kast doorlopen en de stukken opzij leggen die al in het palet passen; meestal is dat meer dan verwacht. Dan per seizoen twee of drie stukken toevoegen die de meeste nieuwe combinaties opleveren. De pasvorm van wat er al hangt laten corrigeren levert vaak meer op dan een nieuwe aankoop.